Woordenlijst
Beleggen en crypto zijn vol jargon. Hier staat elk begrip in gewone taal. Alleen uitleg, nooit advies.
- Aandeel
- Een stukje eigendom van een bedrijf. Gaat het bedrijf goed, dan kan de waarde stijgen en kan er dividend komen. Gaat het slecht, dan kan de waarde dalen.
- Beermarkt
- Een langere periode waarin koersen met 20 procent of meer zijn gedaald vanaf de top. Het tegenovergestelde van een stierenmarkt.
- Beurswaarde
- De koers maal het aantal aandelen. Het is wat de beurs het hele bedrijf op dit moment waard vindt.
- Blockchain
- Een gedeeld logboek van transacties dat door veel computers tegelijk wordt bijgehouden. Achteraf aanpassen is vrijwel onmogelijk.
- Box 3
- In Nederland de belasting op vermogen uit sparen en beleggen. De regels worden aangepast. Kijk voor het actuele stelsel bij de Belastingdienst.
- Correctie
- Een daling van ongeveer 10 procent of meer vanaf een hoogtepunt. Komt regelmatig voor en is normaal voor beurzen.
- Dividend
- Een deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan aandeelhouders. Een bedrijf is er niet toe verplicht en kan het verlagen of schrappen.
- ETF
- Een beleggingsfonds dat op de beurs verhandeld wordt en vaak een index volgt. Met één aankoop zit je in veel bedrijven tegelijk.
- Halving
- Ongeveer elke vier jaar halveert de beloning voor nieuwe bitcoins. Daardoor komt er trager nieuw aanbod bij.
- Hefboom
- Beleggen met geleend geld. Winst en verlies worden groter, en je kunt meer verliezen dan je inleg.
- Herbalanceren
- Je verdeling over bezit weer terugbrengen naar het plan, bijvoorbeeld nadat aandelen veel meer zijn gestegen dan obligaties.
- Herstelzin (seed phrase)
- Een rij van twaalf of vierentwintig woorden waarmee je een wallet kunt herstellen. Wie de zin heeft, heeft je geld. Deel hem nooit en bewaar hem offline.
- Index
- Een cijfer dat een groep fondsen samenvat, bijvoorbeeld de AEX met de 25 grootste Nederlandse bedrijven. Het laat zien hoe die groep samen presteert.
- Inflatie
- Het gemiddeld stijgen van prijzen. Bij 2 procent inflatie koop je na een jaar voor hetzelfde geld ongeveer 2 procent minder.
- Koers winstverhouding (K/W)
- De koers van een aandeel gedeeld door de winst per aandeel. Een hoge K/W betekent dat de markt veel betaalt voor elke euro winst, vaak omdat men groei verwacht.
- KYC
- Know your customer. De identiteitscontrole die beurzen en banken moeten doen voordat je mag handelen.
- Limietorder
- Een opdracht om alleen te kopen of verkopen tegen een prijs die jij zelf noemt. Zo voorkom je dat je tegen een veel slechtere prijs uitkomt.
- Liquiditeit
- Hoe snel je iets kunt verkopen zonder dat de prijs er door beweegt. Een grote beursnaam is liquide, een huis is dat niet.
- Lopende kosten (TER)
- Het jaarlijkse percentage dat een fonds aan beheer rekent. Dat lijkt klein, maar over tientallen jaren eet het een groot deel van het rendement op.
- MiCA
- De Europese wet voor crypto aanbieders. Hij stelt eisen aan bedrijven die crypto aanbieden, maar maakt crypto zelf niet veilig of risicoloos.
- Noodbuffer
- Spaargeld voor onverwachte kosten, vaak drie tot zes maanden vaste lasten. Het staat los van wat je belegt, zodat je niet in een slecht moment hoeft te verkopen.
- Obligatie
- Een lening aan een bedrijf of overheid. Je krijgt rente en op de einddatum je geld terug, tenzij de uitgever het niet kan betalen.
- Periodiek inleggen (DCA)
- Elke maand een vast bedrag inleggen, ongeacht de koers. Je hoeft het juiste moment niet te kiezen, maar het garandeert geen winst.
- Rendement
- Wat een belegging opbrengt, uitgedrukt als percentage van wat je erin stopte. Koerswinst, dividend en kosten horen er allemaal bij.
- Rente
- De prijs van geld lenen. Centrale banken zoals de ECB en de Fed bepalen de basisrente en daarmee de sfeer op de markt.
- Samengestelde groei
- Rendement over rendement. Wat je verdient, verdient zelf ook weer iets. Over lange tijd maakt dit een groot verschil.
- Spread
- Het verschil tussen de prijs waarvoor je kunt kopen en de prijs waarvoor je kunt verkopen. Een verborgen kostenpost, vooral bij kleine of drukke fondsen.
- Spreiding
- Je geld verdelen over veel verschillende bedrijven, landen en soorten bezit. Valt één onderdeel tegen, dan raakt dat je niet je hele vermogen. Het haalt risico niet weg.
- Stablecoin
- Een cryptomunt die gekoppeld is aan bijvoorbeeld de dollar. De stabiliteit hangt af van de uitgever en wat die als dekking bewaart.
- Staking
- Munten vastzetten om een netwerk te helpen beveiligen, in ruil voor een beloning. Er zijn risico's, zoals vastzitten of een fout van de aanbieder.
- Stierenmarkt
- Een periode waarin koersen over een langere tijd stijgen en het vertrouwen groot is.
- Verwachting van het bedrijf (guidance)
- Wat een bedrijf zelf zegt te verwachten voor de komende periode. Beurzen reageren vaak sterker op deze verwachting dan op de cijfers van het afgelopen kwartaal.
- Volatiliteit
- Hoe sterk een koers op en neer beweegt. Crypto en kleine bedrijven bewegen vaak veel sterker dan brede indexfondsen.
- Vrije kasstroom
- Het geld dat overblijft nadat een bedrijf zijn kosten en investeringen heeft betaald. Winst is een boekhoudcijfer, kasstroom is echt geld.
- Wallet
- Een programma of apparaat waarmee je je crypto beheert. Eigenlijk bewaar je de sleutel, niet de munten zelf.
- Winst per aandeel (EPS)
- De winst van een bedrijf gedeeld door het aantal aandelen. Bij kwartaalcijfers wordt dit vergeleken met wat analisten verwachtten.
Oefen wat je leert
Leden krijgen elke dag een vraag en een begrip, een oefenportefeuille met nepgeld en slimme rekentools.
Naar Mijn BitFox