Box 3 in gewone taal: wat je nu betaalt en wat er nog verandert
In het kort
- In box 3 betaal je belasting over een verondersteld rendement op je spaargeld, beleggingen en crypto, gemeten op 1 januari.
- Het nieuwe stelsel, belasting over het werkelijke rendement, is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen maar nog niet door de Eerste Kamer.
- Op 5 oktober 2026 liet het kabinet de Eerste Kamer weten dat het een novelle voorbereidt en dat crypto een eigen wetsvoorstel krijgt.
- Dit is uitleg en geen belastingadvies, want bedragen en regels kunnen elk jaar veranderen.
Box 3 is de belasting over wat je bezit, niet over wat je verdient. Het systeem staat al jaren onder druk en is nu weer in beweging. Daarom een opmerking vooraf.
Dit is uitleg en geen belastingadvies. Regels en bedragen kunnen per jaar wijzigen en de wet voor 2028 is nog niet klaar. Controleer altijd bij de Belastingdienst wat voor jouw jaar geldt. Ik kon de Belastingdienst site zelf niet openen toen ik dit schreef, dus de bedragen hieronder komen via de SRA en Rabobank, en die baseren zich op de officiële cijfers.
Wat valt eronder?
In box 3 zit je vermogen dat niet in je eigen bedrijf of eigen huis zit. Denk aan spaargeld, beleggingen, aandelen, obligaties, een tweede woning en crypto. Crypto geldt volgens Grant Thornton in de regel als privévermogen in box 3, of je het nu op een beurs, bij een broker of in je eigen wallet bewaart. Schulden gaan er in zekere mate vanaf.
Hoe werkt het nu? Het fictieve rendement
Je betaalt niet over wat je echt hebt verdiend, maar over een rendement dat de overheid aanneemt. Dat heet het forfaitair rendement. Voor 2026 gelden volgens SRA en Rabobank deze percentages:
- Bank en spaartegoeden: 1,28 procent (voorlopig, definitief begin 2027)
- Beleggingen en overige bezittingen, crypto inbegrepen: 6 procent
- Schulden: 2,70 procent (voorlopig, definitief begin 2027)
Over dat veronderstelde rendement betaal je 36 procent belasting. Het tarief is gelijk aan dat van 2025.
De peildatum: 1 januari
Wat telt is je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Wat daarna gebeurt, tel je niet mee. Stijgt of daalt je portefeuille in de rest van het jaar, dan verandert je aanslag daardoor niet. Grant Thornton beschrijft het zo: je betaalt ook als je beleggingen in waarde dalen.
De vrijstellingen
Volgens SRA en Rabobank is het heffingsvrije vermogen in 2026 €59.357 per persoon, en €118.714 voor fiscale partners samen. Over dat bedrag betaal je niets. Er geldt ook een drempel voor schulden van €3.800 per persoon.
SRA noemt verder een vrijstelling voor contant geld van €672 per persoon en een vrijstelling voor groene beleggingen van €26.715 per persoon.
Een rekenvoorbeeld
Dit voorbeeld is verzonnen en versimpeld. Het is geen berekening voor jouw situatie.
Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 alleen €100.000 aan beleggingen. Geen schulden, geen spaargeld.
Het veronderstelde rendement is 6 procent van €100.000: €6.000. Je vermogen boven het heffingsvrije bedrag is €100.000 min €59.357: €40.643. Het deel van je vermogen dat belast wordt is dus ongeveer 40,6 procent. Daarmee is het belastbare inkomen 40,6 procent van €6.000: ongeveer €2.439. De belasting is 36 procent daarvan: ongeveer €878.
De methode is mijn eigen versimpeling van de rekenregels. De echte aangifte houdt rekening met de verdeling over spaargeld, beleggingen en schulden. Gebruik daarvoor de rekentool van de Belastingdienst.
Tegenbewijs
Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve, dan kun je volgens Grant Thornton op basis van de rechtspraak van de Hoge Raad vragen om belasting over het werkelijke rendement. Dat geldt voor je hele box 3 vermogen en je moet het kunnen aantonen. Dat vraagt om een goede administratie van transacties, waarden en kosten.
Wat er recent is veranderd
Het huidige stelsel gaat verdwijnen. Dit is de stand van oktober 2026.
Wet werkelijk rendement box 3. Het nieuwe stelsel belast het werkelijke rendement, ook de waardestijging per jaar, met 36 procent. Negatief rendement mag in latere jaren worden verrekend, behalve de eerste €500. De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari 2026 aan. De bedoelde ingangsdatum is 1 januari 2028.
De Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel nog niet aangenomen. Er zou volgens SRA geen meerderheid zijn. Eind september 2026 kwam het kabinet met een Kamerbrief met vier scenario's, en vroeg om het wetsvoorstel voorlopig niet verder te behandelen.
5 oktober 2026. In een mondeling overleg met de Eerste Kamer meldde het kabinet dat het voor één scenario kiest. De vermogenswinstbelasting, waarbij je belasting betaalt over behaalde winst, wordt per 2028 uitgebreid naar alle financiële instrumenten. Voor crypto komt een apart wetsvoorstel, dat in 2030 de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting moet regelen. Het kabinet vroeg op 2 oktober spoedadvies aan de Raad van State over de novelle, dat eind oktober wordt verwacht. Staatssecretaris Eerenberg wil de novelle voor de kerst afhebben. Senatoren stelden nog vragen over de dekking en de uitvoerbaarheid.
Op korte termijn. Het kabinet wil volgens SRA het heffingsvrije vermogen in 2027 verlagen naar het niveau van 2020, ruim €30.000 per persoon. Minister Heinen zei op 5 oktober dat die grens niet definitief is. Het blijft dus een voorstel en geen vast bedrag.
Dit zijn plannen van de overheid, geen prognose van BitFox. Het kan nog veranderen.
Waar je nu op let
Kijk op 1 januari naar je saldo en bewaar de overzichten. Check bij de Belastingdienst de actuele bedragen en volg het nieuws over de Eerste Kamer. Wil je persoonlijk advies, praat dan met een belastingadviseur.
Bronnen
- SRA, Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026, 8 januari 2026
- SRA, Tweede Kamer akkoord met nieuw box 3 stelsel vanaf 2028, februari 2026
- SRA, Nog geen duidelijkheid over box 3 vanaf 2028, 28 september 2026
- Eerste Kamer, Mondeling overleg over box 3, 6 oktober 2026
- Eerste Kamer, Wet werkelijk rendement box 3 (36.748), geraadpleegd 10 oktober 2026
- Rabobank, Belastingvrij sparen in 2026, geraadpleegd 10 oktober 2026
- Grant Thornton, Crypto in box 3: actuele regels en aandachtspunten, geraadpleegd 10 oktober 2026